<%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="65001"%> Lommelse Schuttersgilden > vergane glorie

 

 

Vergane Glorie

De Sint Jorisgilde

De Sint Jorisgilde blijkt de oudste Lommelse gilde te zijn. Reeds in de middeleeuwen is er sprake van deze gilde. Deze gilde zou van de Hertog van Brabant het "waagrecht" gekregen hebben. Volgens sommige bronnen was dit in 1269, maar volgens anderen in 1422.

Dit recht houdt in om granen en vruchten af te wegen in ruil voor een accijns, die een bron van inkomsten werd. Jaarlijks werd de waag op de patroondag van de gilde, de 23ste april, openbaar met tromgeroffel voor het gildehuis verpacht. Ondermeer dankzij haar inspanningen bij de overheid in 1779, wist de gilde dit voorrecht te behouden tot in 1807.

De oudste geschreven documenten die werden teruggevonden, zijn een register met aantekeningen vanaf 1680 en een tweede register met aantekeningen vanaf 1750. Van voor 1680 zijn er geen geschreven documenten meer teruggevonden.

De Sint Jorisgilde is steeds een levenskrachige gilde geweest met de nodige financiële slagkracht, mede dankzij het verworven waagrecht. Vooral handelaars en voerlui maakten er deel van uit. Voor de periode van 1706 en 1826 bestaan er de schriftelijke bewijzen dat de gilde voor de leden optrad als bank van lening met een lage intrestvoet. Bovendien kocht de gilde gronden op die ze vervolgens verhuurde aan haar leden. Tevens verkochten ze de turfklot uit haar beemden in kavels.

De oudste vaandel dat bewaard is gebleven, werd gedateerd in 1765. In 1902 werd alleszins een nieuwe vaandel aangekocht, maar blijkbaar was dit van een inferieure kwaliteit want in 1910 is er alweer sprake van de aankoop van een nieuwe vaandel.

Vanaf 1850 begon de Sint Jorisgilde haar vroegere glans en glorie te verliezen. De twee wereldoorlogen brachten het reeds gehavende gildewezen bovendien nog meer kommer en wee. Toch slaagde deze gilde er telkens weer in om toch overeind te krabbelen.Helaas, in 1948 kwijnt ze volledig weg.

Op 23 september 1969 werden in het oude gildelokaal, het café van Jef Dingens-Vandecraen in de Lepelstraat, alle bezittingen van de Sint Jorisgilde overgedragen aan Museum Kempenland. Hier zijn deze waardevolle historische stukken nog steeds te bezichtigen.

De Sint Barbaragilde

Over de exacte stichtingsdatum van de Sint Barbaragilde bestaat er enige onzekerheid. Ergens tussen 1531 en 1575 zouden ze de statuten gekregen hebben van Jan Koenen, schout van Kempenland. Volgens de vaandel werd deze gilde echter opgericht in 1600 , terwijl op de houten standaard dan weer 1601 als stichtingsjaar vermeld wordt.

Feit is wel dat de Sint Barbaragilde, ook wel de schutters van de handbuks genoemd, van bij het begin tot zeker in 1865 een zeer bloeiend gildeleven kende. Vergaderingen werden trouw bijgewoond, teerdagen, vogel- en koningschietingen volgden elkaar in een regelmatig tempo op.

Hoewel in 1851 nog één vogel en 19 koningsplaten tot het bezit van de gilde gerekend werden, was de gildekas zo goed als leeg. De gouden jaren van deze levendige gilden leken voorbij. De benarde sociaal-economische toestand en een groeiende algemene crisis wogen steeds zwaarder door.

Vanaf 1856 verslapte de gilde steeds meer en meer. Dit weerspiegelde zich duidelijk in het gilderegister waarin de aantekeningen na 1856 slechter verzorgd zijn en steeds schaarser worden. In 1860 telde de gilde nog amper 10 leden. Na 2 september 1865 zijn er zelfs geen aantekeningen meer en heeft deze gilde haar activiteiten blijkbaar stop gezet.

De Sint Barbaragilde trad dan nog sporadisch naar buiten: in 1905 bij de herdenking van de nationale feesten, in 1907 bij het 300 jarig bestaan van de Sint Sebastiaangilde van Mol en in 1914 op het vaandelfeest.

Het duurde tot 22 juli 1928 vooraleer de Sint Barbaragilde bij Jacob Teuwens, herbergier in de Kerkstraat, terug opgericht werd met 21 gezellen. In ditzelfde jaar steeg het ledenaantal tot 30. Strenge reglementeringen, gekoppeld aan hoge boetes, zorgden ervoor dat de maandelijkse vergaderingen en de jaarlijkse processies trouw werden bijgewoond.

In mei of juni 1939 vergaderde de Sint Barbaragilde nog een laatste maal. Nadien moesten ze noodgedwongen door het uitbreken van de tweede wereldoorlog, haar activiteiten opschorten. Na de oorlog klauterde ze slechts moeizaam overeind.

Op 28 december 1952 werd de gilde heropgericht met 11 leden. Het gildehuis was bij hopman Victor Geboers in de Lepelstraat. Op 22 november 1954 verhuist de gilde naar Doruske Verbruggen in de Stationstraat. De reglementen werden aangepast en uitgebreid, maar het mocht niet baten.

In 1955 ging de Sint Barbaragilde definitief ter ziele. Het patrimonium van de deze gilde berusten eveneens in Museum Kempenland.